Sans toit

Daar ga ik dan. Met mijn hoofd in de wolken. Op weg naar de oorsprong. De stad waar ik elke keer weer thuiskom. Waar bergen, straten, gebouwen en water samengaan. De mens is er als een blad aan een plataan. De zon is er mijn vriend, de schaduwen zijn hard. De vrouwen weten dat ze vrouw zijn, elegant en verleidelijk verwarmen zij mijn hart. Deze keer ben ik samen met haar. Samen naar huis. Met het hoofd in de wolken.