De Oude Don

Don JulioGrijze haren ontwaken op zijn slaap, ze denken terug aan de Oude Don. Hij verslond vrouwen als drank, met een elegante streek door zijn halflange haren lonkte hij naar de afgrond. De klok hield hem niet bij. De Sief, zijn drinkebroer, vertrok op een onzekere dag. Dat maakte hem bitter. Het bier smaakte hem niet meer, de honger naar vlees verstilde. Het werd stil om hem heen, men noemde hem slecht nieuws. De glijer gleed af. Tot zij in zijn leven kwam, haar ogen jaagden elke leugen weg. Haar ritme maakte hem een kleine jongen. Haar vrijheid werd zijn liefdesnest. Zijn hart is nu open, zijn hand weer vast. Niets kan hem nu nog stoppen, hij heeft de deur van het leven in zijn hand. De Don.