De droom van de trekvogel

Mensen liepen het pad op naar een klooster op de heuvel. Heel gedwee in een rij. Ze losten op in de omgeving. Houten banken als in een kerk, warm oranje zonlicht viel door de hoge gotische ramen. Hij was woedend, zij was enorm geschrokken, ze kende deze kant niet. Het voelde goed, de glimlach deed al een lange tijd pijn. Neem hem zoals hij is, maar wie is hij dan? Wie kent hem eigenlijk. Zijn zij het in zijn droom die hem vertellen wie hij is. Overdag is die glimlach er weer. Wat valt er te lachen, indrukken stapelen zich op, ze boren dwars door hem heen. Trek je niet terug vogel, het is maar een droom, straks mag je weer slapen.